Historie

Appel

Wat is nu een boomgaard?
Een boomgaard, ook bongerd, bogaard en bommel genoemd, is een kunstmatig beplant stuk grond waar vruchten- of notenbomen op gekweekt worden om menselijk voedsel te produceren. Een boomgaard kan zowel een esthetische als een nutsfunctie hebben.

Waarom een dorpsboomgaard in Eefde?

  • Fruitbomen maken mensen op diverse manieren blij en gelukkig. Het levert een directe band op met een voortvarend verleden in deze streek. Daarnaast geven de bloesem dragende bomen een schitterende omgeving en natuurland- schappen op.
  • Wie wordt er nu niet blij als hij fruitbomen in bloei ziet ?? Wandel eens door een bloeiende boomgaard en je waant je in een andere wereld.
  • Daarnaast is e.e.a. goed voor de instandhoudingen van de bijenpopulatie in Nederland.
  • Ook worden door de aanleg van nieuwe (dorps-)boomgaarden oude appel- en perenbomen weer in ere hersteld en bewaard voor het nageslacht. Het is dus eigenlijk een levend stukje natuurgeschiedenis. Ook kunnen de boomgaarden en hun opbrengsten gebruikt worden in het natuuronderricht van de beide basisscholen in Eefde.
  • Ga eens kijken met je klas als de bomen in bloei staan; kom later terug als ze vruchtdragend zijn; en raap of pluk uiteindelijk diverse appels en peren en maak daar op school lekkere appeltaarten of appelmoes van… Hoe mooi en natuurlijk dichtbij kun je het hebben ?

Hoogstamfruit in de IJsselvallei.

Ontstaan boomgaarden en geschiedenis
De fruitteelt in de IJsselvallei heeft zich vooral tussen 1850 en 1930 ontwikkeld. Rond de jaren 70 van de vorige eeuw verdwenen door wegvallende subsidies vele boomgaarden rondom boerderijen in de Betuwe en de IJsselvallei vanaf ongeveer 1900 ontwikkeld.

Bij bijna iedere boerderij waren fruitboomgaarden aangeplant. De meeste boomgaarden ontstonden op de vruchtbare stroomruggen dicht langs de rivier. De gronden hier waren van goede kwaliteit tbv. de aangeplante boomgaarden.

De belangrijkste tak van de boerenbedrijven was in die tijd de akkerbouw, maar de fruitteelt werd daarnaast in die periode een belangrijke tweede activiteit, waarbij de veehouderij het bedrijf completeerde.

De verschillende activiteiten vulden elkaar overigens heel goed aan. In de boomgaard liepen vaak koeien of ander vee te grazen. Niet iedere boer was daar altijd even enthousiast over in verband met vraatschade aan jonge bomen. En wanneer de appels begonnen te vallen konden de koeien, als ze er te veel van vraten, dronken worden waarna ze van de melk afraakten.

Een ander voorbeeld van dubbel gebruik was het snoeihout dat voor het stoken van de fornuizen (riezebos) werd gebruikten daarnaast als ondergrond voor de hooi- en zaadbergen.

Voor het bestuiven van boomgaarden werden vaak bijen gebruikt, die door imkers in bijenkasten bij de te bestuiven percelen worden neergezet. Dit gebeurt nog steeds zo.

Werkgelegenheid
De opkomst van de fruitteelt was dus een economisch verhaal. Het was goed voor de werkgelegenheid en het paste goed in de arbeidsspreiding. Grootschalige industriële verwerking heeft in de IJsselstreek niet echt plaatsgevonden.

Gebruik opbrengsten boomgaarden
Appels werden gebruikt en verwerkt in (onder meer) appelstroop; appelmoes; gedroogde appels. Drogen werd vroeger thuis wel vaak gedaan: zelf schillen en in partjes snijden en vervolgens laten drogen, waar iedereen zijn eigen oplossing wel voor had.

Oude IJsselstreek- en oud Nederlandse appel- en perenbomen
Het assortiment van appelsoorten bestond voornamelijk uit de Sterappel, de Schone van Boskoop, Lemoen-appel,  Notarisappel, Yellow Transparant, Jonathan appel, de Groninger Kroon, de Lunterse Pippeling, de Present van Engeland, Bramley’s Seedling en de zoete variëteiten als de Zoete Kroon, de Zoete Pippeling, Dijkmanszoet,  Zoete Bloemee, de Jacob Dirk en de Zoete Campagne.

Voorbeelden van perensoorten zijn de Juttepeer,  de Legipont, de Winterjan, de IJsbout,  de Zoete Brederode, de Gieser Wildeman, de Clapp’s Favourite, de Conference en de Zwijndrechtse Wijnpeer.